aa -

Bloemenweide langs de straat

Bedenker: Leon

Heel veel voortuinen stoppen aan de rooilijn, terwijl het stukje gemeentegrond tussen die rooilijn en de straat er vaak marginaal en (gedeeltelijk) onbenut bijligt. Waarom kan de voortuin niet verlengd worden tot tegen de straat?

Een uitstekende oplossing zou kunnen zijn om die stukken, waar ze niet gebruikt worden als parking of dergelijke, in te zaaien als eenjarige of meerjarige bloemenweide. Op die manier wordt het straatbeeld sterk opgefleurd, terwijl men nog steeds zeer gemakkelijk kan werken aan bijvoorbeeld riolering, bekabeling enzovoort.

Bloemenweide_straat.png Nectar- en stuifmeelproducerende planten zijn een voedselbron voor tal van insecten, zoals bijen, hommels, vlinders en zweefvliegen. Als men kiest voor inheemse, streekeigen plantensoorten, zal ook de floristische rijkdom van de zone aan de voortuinen toenemen (mogelijkheden tot spontane verspreiding, bijvoorbeeld uitzaai). Als de oppervlakte van de ingerichte zone groot genoeg is (meer dan enkele vierkante meters), kan die een (klein) leefgebied vormen voor diersoorten (vooral insecten) en planten. Een bloemenweide kan, afhankelijk van de lokale omstandigheden, ook een stapsteen zijn binnen een netwerk van vergelijkbaar ingerichte zones. Als de voortuinen ook uit inheemse planten bestaan, kunnen die mee het leefgebied vormen voor lokale fauna en flora. Een grotere insectenrijkdom is bovendien interessant als extra voedselbron voor bijvoorbeeld vogels en vleermuizen. De gemeente kan overwegen om ook insectenhotels te plaatsen op regelmatige afstanden. Een insectenhotel biedt insecten (solitaire/wilde bijen, vlinders, kevers ...) in de zomer een nest- en rustplaats en in de koude maanden een geschikte winterverblijfplaats.

Vooral in de lente en de zomer zien bloemenweiden er mooi uit. Zeker als ze bezocht worden door tal van insecten, zoals vlinders, zoemende bijen en hommels. Dat verhoogt de omgevingskwaliteit en zorgt voor een aangenamere leefomgeving voor de omwonenden.

Het aanplanten of zaaien van nectar- en stuifmeelproducerende planten komt de insectenpopulaties ten goede. Via bestuiving leveren insecten – vooral honingbijen en hommels – essentiële ecosysteemdiensten bij de teelt van hard en zacht fruit (zoals appels, peren, kersen en aardbeien) en kasgroenten (zoals tomaten, aubergines en paprika’s) en bij de zaadteelt (zoals kool, sla en ui).

Een infobord kan buurtbewoners en passanten informeren over de bloemenweide en het nut ervan. Zo creëert men een draagvlak voor die natuurlijke, insectenvriendelijke inrichting. Wellicht moeten sommige bewoners wat wennen aan de meer natuurlijke en 'wildere' aanblik van dat groen.

Insecten zoals bijen zijn gebaat bij structuurvariatie in hun leefgebied. Naast de bloemenweide kunnen ook de bloesems van inheemse struiken interessant zijn voor bijen, hommels … Voorbeelden hiervan zijn wilg (bloeit vroeg in het voorjaar!), meidoorn, sleedoorn, lijsterbes, hondsroos ... Die houtige soorten wortelen immers dieper dan de kruidachtige planten van de bloemenweide. Die zouden een plaats kunnen krijgen in de voortuinen. Het is ook belangrijk dat er bloeiende planten zijn tijdens het volledige bloeiseizoen. Men zou ook bolgewassen in de strook kunnen planten en zo het bloeiseizoen vroeger op het jaar laten starten met onder meer krokussen. Men moet wel een inheems bijenbloemenzaadmengsel gebruiken voor de bloemenweide.

Lang niet alle reststroken zijn geschikt als bloemenweide: er moet een minimale oppervlakte grond beschikbaar zijn. De effectiviteit van de stroken zal ook afhankelijk zijn van de planten in de voortuinen. Daarnaast is de oriëntatie belangrijk, want een bloemenweide heeft zon nodig om te bloeien.

De methodiek van deze duurzaamheidstoets wordt hier verder toegelicht.