aa -

Groene elektriciteitscabines

Bedenker: Damiaens

Bloemen voor bijen.

Her en der staan elektriciteitscabines, waarrond soms heel wat grond ligt. Meestal liggen die stukken grond vol onkruid, hondenpoep … Op die kleine percelen kunnen bijenvriendelijke bloemen gezaaid worden. En misschien is er wel plaats voor een bijenhotel?

groeneelektriciteitscabines_V2-e1382517806521.png Planten die nectar en stuifmeel produceren, zijn de voedselbron voor tal van insecten (bijen, hommels, vlinders, zweefvliegen). Als er voor inheemse, streekeigen plantensoorten gekozen wordt, zal ook de floristische rijkdom van de zone rond de elektriciteitscabine en de nabije omgeving toenemen (mogelijkheden tot spontane verspreiding, bijvoorbeeld uitzaai). Als de oppervlakte van de ingerichte zone groot genoeg is (meer dan enkele vierkante meters), kan die een (klein) leefgebied vormen voor diersoorten (vooral insecten) en planten. Een bloemenweide rond een elektriciteitscabine kan, afhankelijk van de lokale omstandigheden, ook een stapsteen zijn binnen een netwerk van vergelijkbaar ingerichte zones. Een grotere insectenrijkdom is bovendien ook interessant als extra voedselbron voor bijvoorbeeld vogels en vleermuizen. Een insectenhotel biedt insecten (solitaire/wilde bijen, vlinders, kevers ...) in de zomer een nest- en rustplaats en in de koude maanden een geschikte winterverblijfplaats.

Bloemenweiden bieden, vooral in de lente en zomer, een mooie aanblik. Zeker als ze bezocht worden door tal van insecten zoals vlinders en zoemende bijen en hommels. Door de zones rondom de elektriciteitscabines te beplanten met nectar- en stuifmeelproducerende planten en struiken, zal de onmiddellijke omgeving van de elektriciteitscabines er gevarieerder, kleurrijker en aangenamer uitzien. Dat zorgt voor een betere omgevingskwaliteit en meer specifiek ook voor een aangenamere leefomgeving voor de omwonenden.

Zoals hierboven aangegeven komt het aanplanten of zaaien van nectar- en stuifmeelproducerende planten de insectenpopulaties ten goede. Door te zorgen voor bestuiving leveren insecten – vooral honingbijen en hommels – essentiële ecosysteemdiensten bij de teelt van hard en zacht fruit (bv. appels, peren, kersen, aardbeien), kasgroenten (bv. tomaten, aubergine en paprika) en bij de zaadteelt (bv. kool, sla en ui).

Met een infobord kan men de buurtbewoners en passanten informeren over de bloemenweide, het bijenhotel en het nut ervan. Zo wordt een draagvlak gecreëerd voor die bijenvriendelijke inrichtingen. Wellicht moeten sommige bewoners wat wennen aan de meer natuurlijke en 'wildere' aanblik van die groenvormen.

Waar mogelijk is het aangewezen om voor de introductie van nectar- en stuifmeelproducerende planten rondom een elektriciteitscabine niet alleen gebruik te maken van de groenvorm 'bloemenweide'. Insecten zoals bijen zijn gebaat bij structuurvariatie in hun leefgebied en naast de bloemenweide kunnen ook de bloesems van inheemse struiken interessant zijn voor bijen, hommels … Voorbeelden hiervan zijn wilg (bloeit vroeg in het voorjaar!), meidoorn, sleedoorn, lijsterbes, hondsroos ... Omdat die houtige soorten dieper wortelen dan de kruidachtige planten van de bloemenweide, zal men bij de aanplant van struiken op de grond rond de elektriciteitscabine ook rekening moeten houden met de ligging van de nutsleidingen, zodat geen interferentie met die leidingen optreedt. Er moet voldoende ruimte zijn om struiken aan te planten.

Het is ook belangrijk dat er bloeiende planten zijn tijdens het volledige groeiseizoen. Het bloeiseizoen kan bijvoorbeeld starten met krokussen en wilg en eindigen met de bloei van klimop. Ook moet men een inheems bijenbloemenzaadmengsel gebruiken voor de bloemenweide.

Lang niet alle elektriciteitscabines en bijhorende grond vormen een geschikte uitgangssituatie voor de uitvoering van dit idee. Er moet een minimale oppervlakte grond beschikbaar zijn rond de cabine voor de aanleg van een bloemenweide (en voor de aanplant van struiken, zie boven). Sites met een strook van slechts één meter breed rond de cabine komen dus niet in aanmerking.

Een bijenhotel moet in de zon worden opgehangen, op een zuidelijk georiënteerde gevel van de cabine. Bijen zijn immers koudbloedige dieren en zijn daardoor afhankelijk van de warmte van de zon. Het bijenhotel moet ook beschut zijn tegen regen en wind. De specifieke situatie per cabine kan sterk verschillend zijn. De ventilatieroosters en toegangsdeur van de elektriciteitscabine moeten sowieso vrij blijven. Ook een bloemenweide heeft zon nodig voor een goed resultaat.

Meer info over de duurzaamheidstoets vind je hier.