aa -

Groen bedrijventerrein

Bedenker: Johan DPW

Bedrijventerreinen zijn vaak kale plekken met nauwelijks plaats voor natuur. Met wat slimme ingrepen kan dat anders. De natuur vaart er wel bij, maar ook de werknemers en de bedrijven die een groener imago willen.

Bedrijven willen een groen imago. Maar de bedrijventerreinen in Vlaanderen zijn vaak zeeën van glas en beton, ingeplant aan de rand van natuur- of landbouwgebied. Als je er op het spitsuur verzeild raakt, is het er hectisch en lawaaierig; ‘s avonds is het er doods.

Dat kan anders, en iedereen zit erop te wachten: de bedrijven kunnen hun imago ermee vergroenen, de werknemers zijn gelukkiger in een groene omgeving en met wat geluk presteren ze ook beter. En uiteraard varen ook de dieren en plantjes er wel bij.

De oppervlakte van een industrieterrein wordt ingenomen door grote daken, grote parkings en brede wegen. De ruimte die overblijft, wordt ingevuld als gazons of ‘makkelijk te onderhouden’ en saaie tuinen waar geen plaats is voor biodiversiteit. Een paar keer per jaar gaat de tuinaannemer aan de slag met grote machines en de gifspuit in de hand.

Het alternatief:
PARKINGS: nu heeft elk bedrijf meestal zijn parking binnen de eigen muren. Veel efficiënter qua ruimtegebruik zou het zijn om die parkings gemeenschappelijk te beheren. Daardoor komt zeker ruimte vrij. De parkings zouden zoveel mogelijk in grastegels gemaakt moeten worden. Dat zorgt niet alleen voor een tragere afvoer van regenwater, maar biedt ook een plaats voor planten en insecten.
Meestal staan er weinig bomen op parkings van industrieterreinen. Reden: daar zitten vogels in en vogelmest op blinkend koetswerk zorgt voor frustratie. Oplossing: zet wel bomen en onder de bomen plaats je een afdak (uiteraard met groendak) dat gebruikt kan worden als (brom)fietsenstalling.

DAKEN: voor zover niet gebruikt als verzamelplaats van zonlicht en zonnewarmte kan een groendak verplicht worden gemaakt.

TUIN: gedaan met elk bedrijf zijn eigen tuintje van niets. Maak op het industrieterrein een ecologisch beheerd park met een poel, streekeigen bomen en planten, een paar fruitbomen, rustbanken, nestkasten en wandelpad. Leg het park centraal aan in het industriegebied, maar maak een groene corridor naar de omliggende natuur (als die er is) en gebruik die strook ook als jogparcours.

WEGEN: voer indien mogelijk eenrichtingsverkeer in, zodat de straten maar half zo breed moeten zijn. Winst: minder beton en meer plaats in het park.
Uiteraard moeten die ruimtelijke maatregelen gecombineerd worden met onder meer aandacht voor openbaar vervoer, warmterecuperatie, opwekking van zonnewarmte, opvang van regenwater …

Maak van bedrijventerreinen een miniatuurgebied in plaats van een zee van beton!

groenbedrijventerrein.png Deze transitie is nu al op een aantal nieuwe/herontwikkelde bedrijventerreinen zichtbaar. Voorbeelden zijn de site Arbed Noord in Gent (uitgevoerd) of de plannen voor het industrieterrein LET-Zuid in Houthalen-Helchteren. In een aantal gemeenten en steden zoals Antwerpen zijn groendaken verplicht voor grotere oppervlaktes via een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening. Omdat het hier over grote oppervlaktes gaat, heeft dit idee een vrij groot potentieel om een positieve impact te verwezenlijken.

Het idee heeft vooral een impact op milieu- en biodiversiteitsthema's. Zo wordt de ruimte ingezet voor (lokale) fauna en flora, kan het bedrijvenpark als stapsteen of corridor dienstdoen en kan het draagvlak voor natuur vergroot worden door werknemers te informeren over hun 'groene' omgeving, hen er actief bij te betrekken via beheerdagen, etc.

Door het openen van een bedrijvenpark met aandacht voor natuur voor omwonenden en bijvoorbeeld fietsrecreanten kan men de leefbaarheid en de gezondheid van een omgeving positief beïnvloeden. Zo kunnen omwonenden en werknemers er met elkaar in contact komen, krijgt de buurt er een mogelijk significante groenruimte bij en is er meer sociale controle mogelijk op het bedrijventerrein. Een kanttekening bij het meer openbaar maken van bedrijventerreinen is evenwel dat dat ook een grotere verstoring van fauna en flora met zich kan meebrengen. Net de rust en afgeslotenheid van bedrijventerreinen zorgen soms voor zeldzame, eerder schuwe gasten. Een site-specifieke aanpak is dan ook gewenst.

Meer groen komt ook tegemoet aan de eisen van de klimaatverandering. Enerzijds zijn een betere waterinfiltratie en -buffering mogelijk en wordt de bijdrage tot het hitte-eilandeffect beperkt. Anderzijds wordt de uitstoot van onder meer broeikasgassen gereduceerd, omdat dan minder verhardingsmaterialen nodig zijn.

Op ruimtelijk vlak zal men de afweging moeten maken of men de ruimtewinst wil inzetten voor een intensivering op het bedrijventerrein (toename van de uitgeefbare oppervlakte), waardoor op andere locaties ruimte voor natuur gereserveerd kan worden, of men op het industrieterrein zelf de vrijgekomen ruimte inzet voor natuur en natuurbeleving. Dat zal sterk afhangen van het type bedrijventerrein en de ontwikkelaar.

De economische winst is minder duidelijk, maar zit verdeeld over een aantal partijen. Naast het groene 'imago' dat bedrijven zich kunnen aanmeten, hebben ze als voordeel dat het ziekteverzuim bij werknemers in een groene omgeving lager ligt. Met de juiste soortenkeuze en een natuurlijke aanpak kunnen de kosten voor onderhoud en aanleg beperkt worden.

De impact van het aanleggen van eenrichtingsverkeer is minder eenduidig. Zo kan men er niet automatisch van uitgaan dat één rijstrook geschrapt kan worden; dat is afhankelijk van de doorstroming en plaatselijke verkeersintensiteit. Daarnaast moeten wagens hierdoor vaak een grotere afstand afleggen. De impact van die maatregel is dus opnieuw afhankelijk van de bedrijfssite.

De methodiek van deze duurzaamheidstoets wordt hier verder toegelicht.